Featured

Rondreis door Marokko in de paasvakantie

Van Fès naar Marrakech

Advertenties

Op onze huwelijksreis na hebben we nog nooit een volledig georganiseerde reis gemaakt, maar dit jaar verliep het plannen van onze jaarlijkse gezinsvakantie heel moeizaam en chaotisch en was het seizoen uiteindelijk al zo ver gevorderd dat we niet meer goed wisten wanneer we nog de tijd zouden vinden om zelf een mooie reis in elkaar te steken. Na wat surfen op het internet vonden we een reisorganisatie die ons beviel en na wat heen-en-weergemail met Sylvie van ‘De dansende kameel’ kreeg onze reis stilaan vorm. Bestemming: Marokko, een rondreis van Fès naar Marrakech. Helaas bleek kort voor ons vertrek dat Tom niet mee zou kunnen wegens een verandering in zijn examenplanning. Voor het eerst op reis met vijf in plaats van met zes, dat zal vreemd zijn.

Dag 1: thuis – Charleroi – Fès

Voor het eerst een vlucht met Ryanair, en daarvoor moeten we naar Charleroi. Door een ongeval op de Brusselse ring hebben we wat file, maar we komen uiteindelijk toch goed op tijd aan in de luchthaven. Bagage afgeven, security check en douane, alles verloopt supervlot zodat ik nog heel veel kan lezen aan de gate. Van de vlucht zelf merk ik niet veel (koptelefoon op en een meeslepend boek), maar naar ’t schijnt wordt er nogal veel heen en weer gelopen.

Op de tarmac van de luchthaven van Fès voelen we meteen de zwoele temperatuur, hoewel het al bijna 22 uur is. En we zien een rij palmbomen! Duidelijk een zuiderse sfeer hier. Buiten staat de chauffeur al te wachten, met een bordje met onze naam op. We worden afgezet aan de rand van de medina van Fès. De straatjes zijn daar zo smal dat er geen auto’s door kunnen. Onze bagage wordt op een stootkar geladen en we wandelen te voet naar de riad (een oud Marokkaans huis, met binnenplaats en tuin of terras, tegenwoordig vaak verbouwd tot een klein pension) door de nauwe, donkere steegjes, achter de man met de kar met onze bagage en Achmed van de riad aan. Er hangt een bevreemdende sfeer. Het is donker, de straatjes zijn nauwelijks verlicht, overal zien we gesloten smalle, hoge, bruinhouten poorten, hier en daar verlichten kille tl-lampen de glimmende witte tegels van een cafeetje dat nog open is. We komen af en toe enkele mannen tegen, die ons aankijken en zwijgend kruisen. We hebben nog nooit zoveel katten gezien, overal schieten ze door de straten, in alle formaten en kleuren. Ze komen op het afval af dat overal op straat tegen de muren ligt in kleine plastic zakjes. Een beetje eng allemaal. We bereiken na een kwartiertje wandelen door een ware doolhof van steegjes de riad: Dar Gnaoua. Wat een verrassing! Achter de sobere gevel schuilt een prachtig huis, ongelofelijk mooi, met mozaïektegels in stemmige kleuren op grote delen van de muren, Marokkaanse tapijtjes, prachtige houten deuren, sfeervolle lampjes. De kamers en badkamer ademen dezelfde stemmige sfeer uit. Achmed geeft ons een korte rondleiding door het huis en dan kruipen we ons bed in. Het is immers al middernacht geweest intussen.

Dag 2: Fès

Vroeg in de ochtend word ik wakker van een soort gezang door een luidspreker. Ik kan het eerst niet plaatsen, maar besef dan dat het de oproep voor het ochtendgebed moet zijn. Het is nog donker en ik draai me nog eens om. Wat later word ik opnieuw wakker en zie het zonlicht door de gekleurde glasraampjes in onze kamer binnenvallen. Prachtig!
Om 9 uur worden we op het terras verwacht voor het ontbijt. De zon schijnt al volop en de hemel is stralend blauw, maar er staat een stevige frisse wind. We kijken onze ogen uit over de medina, het stuk stad met de smalle steegjes waardoor we gisterenavond laat naar hier zijn gelopen.


Alle huizen hebben dezelfde beige-witte kleur, overal staan schotelantennes op de daken, hier en daar hangt was aan een waslijn. De stad oogt oud en erg vuil volgens onze kinderen, die gewend zijn aan westerse steden.

We genieten van een uitgebreid Marokkaans ontbijt met veel zoetigheden en muntthee. Lekker!
Tegen 10 uur wandelt onze gids voor deze voormiddag binnen. Keurig in pak, met nette veterschoenen. Hij leidt ons door de smalle straatjes van de medina die nu bruisen van het leven. Alle houten deuren zijn open geklapt, de handelswaar van de winkeltjes zichtbaar, overal mensen op straat, nog altijd vrij veel katten, maar die vallen nu door de drukte minder op. Onze gids toont ons de verschillende soeks: de handelaars zitten min of meer per categorie van handelswaar gegroepeerd. We zien een oude koranschool (een medersa), een moskee waar we niet binnen mogen (beetje vreemd als je bedenkt dat kerken en kathedralen voor iedereen toegankelijk zijn, welk geloof je ook aanhangt), het houtmuseum vol houten gebruiksvoorwerpen, en natuurlijk troont onze gids ons ook mee naar een winkel met lederwaren. We gaan een trap op voor een uitzocht op de leerlooierij, maar passeren eerst door kamers die over verschillende huizen met elkaar verbonden lijken te zijn en volhangen met lederwaren: handtassen, poefjes, riemen, muiltjes, jassen,… We bereiken een terras en hebben zo een goed zicht op grote putten met een witte brij of met kleurstof waarin mannen staan die grote lappen in de witte brij of in een kleurstof dompelen en er weer uithalen. Mooi fotomateriaal!


Terug binnen komt de verkoper boven in de man die ons naar boven begeleid heeft. We krijgen van alles te zien en laten ons strikken. We wandelen buiten met een poefje waarop de kinderen zich al televisie zien kijken en een geitenleren jasje dat me als gegoten zit. Op het einde van de wandeling wil de gids ons nog een tapijten’museum’ laten zien. Yeah right. Een winkel vól tapijten dus. We maken meteen duidelijk dat we er geen gaan kopen, maar de eigenaar wil ons toch van alles tonen en uitleggen. Het zijn prachtige tapijten, met de hand gemaakt, geknoopt, geweven en geborduurd, anderhalf jaar werk per stuk. Indrukwekkend. Maar niet geschikt voor ons interieur. En onmogelijk om mee te nemen op een Ryanairvlucht waar je voor alles en nog wat bijbetaalt.
We keren terug naar de riad. Achmed geeft ons wat tips voor de lunch. We krijgen een plannetje mee om onze weg te vinden in de wirwar van straatjes. Het contrast met de sfeer van gisterenavond blijft opvallen. Wat een bruisende stad. We lunchen vlak bij de Blauwe Poort, waar we gisteren werden afgezet. Omdat het toen donker was, viel die toegang tot de medina niet echt op. Nu des te meer.


We wandelen voort naar een tuin, ook een tip van Achmed, waar het heerlijk vertoeven is! Groen, water, rust. Dan is het stilaan tijd om terug te keren naar de riad voor het namiddagprogramma. We passeren nog even langs een andere oude koranschool, opnieuw erg fotogeniek.
In de riad leren we Marokkaanse pannenkoeken bakken en muntthee zetten en krijgen de meisjes en ik een hennatattoo op onze handen. Een heel fijn middagprogramma is dat!



Het is intussen avond en de lunch en pannenkoeken hebben onze magen zo gevuld dat we het avondeten overslaan. We spelen nog een spelletje King met de kaarten en gaan slapen.

Dag 3: Fès – Midelt

We starten de dag opnieuw met een heerlijk ontbijt op het dakterras. Het is even zonnig en even winderig als gisteren. Een van de papieren servetjes waait weg, dwarrelt sierlijk naar beneden en vervoegt de afval in de straatjes.


Het is vrijdag, dus een soort zondag hier. Dat betekent dat er meer poorten van de moskee geopend zijn. Achmed raadt ons aan om eens helemaal rond de moskee te lopen, zodat we op verschillende plekken kunnen binnenkijken. Dat doen we. Als niet-moslims mogen we de moskee niet binnen (blijkbaar mag dat in Marokko alleen in de moskee in Casablanca), maar we kunnen foto’s maken vanuit de steegjes, door de open poort. Veel zie je dan niet, maar toch iets. Een vrouw biedt aan binnen foto’s voor me te gaan maken, maar dat vertrouw ik toch niet helemaal.


We wandelen nog wat door de souks.


De sfeer is weer heel anders dan gisteren en ook anders dan bij onze aankomst hier. Veel winkels zijn gesloten en het is een pak rustiger op straat. Veel minder bedrijvigheid. Wat dichter naar de Blauwe Poort toe wordt het drukker.


We keren terug naar de riad. De bagage wordt op een stootkar geladen en samen met Achmed wandelen we naar de buitenkant van de medina, waar een chauffeur ons zal komen ophalen. We reizen vandaag door naar Midelt, een tussenstop op weg naar de woestijn.


Het is een redelijk lange rit, door het prachtige landschap van het Midden-Atlasgebergte. We stoppen in Ifrane voor een korte pauze. Brahim, onze chauffeur, geeft ons de typische sjaals die de Berbers in de woestijn rond hun hoofd binden. Hij legt ons uit hoe we de sjaal als een tulband rond ons hoofd moeten knopen. Nu zien we er helemaal als toeristen uit: blanke huid, shorts in plaats van lange broeken, henna op onze handen en een berbersjaal rond ons hoofd. Iets verder stoppen we aan een bos waar apen zitten. De straatverkopers proberen apennootjes te slijten, die we aan de apen mogen voederen. Daar bedanken we vriendelijk voor, alsook voor een ritje op een kunstig versierd paard. We trekken enkele foto’s en zijn weer weg. Iets na 18 uur bereiken we het hotel. Een vrij groot hotel vergeleken met de riad van de afgelopen 2 nachten, maar met een duidelijk Marokkaanse sfeer. Er is een groot zwembad buiten, maar we vermoeden dat het water te koud zal zijn om te zwemmen. We frissen ons wat op, wisselen wat nieuws uit met Tom en schuiven aan voor het buffet. Dat wordt opgeluisterd door een enkele muzikanten en twee danseressen. We zijn niet onder de indruk. We zijn moe en kruipen vroeg in bed.

Dag 4: Midelt – Merzouga

Pfft. Dit was geen ideale nacht. De Spaanse kinderen in het hotel gaan laat slapen, kunnen hard rennen en luid roepen en worden de volgende ochtend vroeg  wakker, alweer vol energie. Dat in combinatie met nog meer lawaaierige hotelgasten en een keihard bed zorgden voor een minder goede nachtrust. Ik ben vroeg klaar voor het ontbijt en terwijl ik wacht, probeer ik het verslag aan te vullen en online te zetten, maar het internet werkt niet altijd even goed, waar ik ook ga zitten in de lobby.

We ontbijten en besluiten dat het hotel zijn sterren niet waard is. En dan op weg voor een rit van 3,5 uur naar Merzouga. De 3,5 uur worden er uiteindelijk 8. Een beetje vreemd. We stoppen wel eens af en toe voor wat foto’s of een bezienswaardigheid en we lunchen ook onderweg, maar dat heeft zeker geen 4,5 uur in beslag genomen. Rijdt onze chauffeur dan zo traag? De snelheidsmeter van de auto werkt weliswaar niet, maar volgens Brahim kan hij de snelheid inschatten met behulp van de toerenteller, de versnellingen en en het geluid van de motor. Maar goed, het landschap was prachtig, de lunch was lekker, de ooievaar in haar nest met haar kleintje was schattig en de poort van Rissane was mooi.



De fossielenbewerker was er iets te veel aan. We kregen een rondleiding door een werkplaats waar ze rotsblokken met fossielen in bewerken tot gepolijste marmeren gebruiksvoorwerpen zoals asbakken, borden, schotels en tafels. Daarna werden we naar een winkel geloodst, maar nee, we hebben geen tafel nodig, nee, ook niet voor 900 euro en nee, ook niet als in die prijs het transport naar Europa is inbegrepen en nog altijd niet als we pas bij levering moeten betalen, en nee, marmeren borden of asbakken moeten we ook niet hebben. Enfin, fossielenwerkplaatsen zijn typisch voor Erfoud, dat weten we dan ook weer. Uiteindelijk bereiken we de woestijnstad Merzouga.


Het hotel is een pareltje. Het is een kasbah, maar ik ben er nog niet helemaal achter wat een kasbah precies is. (Nvdr: intussen opgezocht op het altijd hulpvaardige internet: een kasbah is blijkbaar een soort verdedigingsbouwwerk – vroeger woonde het dorpshoofd er, of iemand anders met veel aanzien, soms woonden er meerdere families  – het heeft een binnenplaats met kamers rond – nu zijn kasbahs meestal toeristische attracties.) De kamers liggen rond een binnenplein met een zwembad. Helaas is het water nog ijskoud. Er staan ligzetels en tafeltjes met smeedijzeren stoelen en banken met zachte kussens tussen de palm- en andere bomen op het terras rond het zwembad. Het interieur ademt in alle hoekjes en kantjes een Marokkaanse sfeer uit. Het is hier heerlijk vertoeven.

We wandelen tot de zandduinen vlak naast de kasbah, zien al meteen een kudde opgezadelde dromedarissen liggen, maar dat is voor morgen.


We wandelen de duinen in en krijgen gezelschap van een vriendelijke lokale man die ongevraagd meewandelt. Hij is niet opdringerig, maar we vragen ons toch af wat zijn bedoeling is.


Hij leert ons hoe we onze naam in het Arabisch (of Berbers?) kunnen schrijven.


We maken foto’s van het prachtige landschap, kijken een tijdje rond en beslissen dan toch maar terug te keren naar de kasbah. De zonsondergang zullen we morgen wel zien.


We eten buiten op een ander terras, met allemaal aparte hoekjes onder luifels tussen zuiderse planten en bomen. Alles wordt ontzettend sfeervol verlicht. Ik ben verliefd op deze overnachtingsplek.

Dag 5: Merzouga

De dag start met een heerlijk ontbijt, Marokkaans, dus lekker zoet. Pannenkoekjes, verloren brood, koekjes, brood met confituur of honing, vers geperst appelsiensap (appelsienen zie je hier werkelijk óveral), muntthee, warme melk. oh, wat geniet ik van dit soort ontbijtjes, zeker als je gewoon je voeten onder tafel mag steken.

Dan gaan we op weg met onze chauffeur en een lokale gids voor een excursie naar de Berberse nomaden. We stoppen bij een erg hoge duin waar volgens de gids foto’s moeten worden gemaakt. Hij wil een familiefoto vastleggen. Toch een beetje vreemd zonder Tom.


We zijn kort te gast bij gnaoua’s, muzikanten.


Pieter mag even op de djembe tokkelen.


We krijgen thee bij een Berberfamilie.


En we zien een mijnwerker aan het werk, op een wel heel oude manier, met een katrol en een emmer.


We voelen ons een beetje als bezoekers in een zoo. Tussendoor komen een paar kinderen ons een baby-woestijnvosje tonen.


En ook een zandvis krijgen we te zien.


Plus dromedarissen, quads en winkeltjes. Kortom, een excursie met alles erop en eraan. Het voelt soms ongemakkelijk om mensen zo te bekijken en overal snel te passeren, maar de streek is wel indrukwekkend mooi.

We lunchen en wandelen nog een stukje door de plaatselijke oase. Knap hoe via waterputten en kanalen en dammetjes de grond wordt geïrrigeerd. De lapjes grond, van elkaar gescheiden door kanaaltjes, staan vol palmbomen, munt, uien en andere groenten. Het is er heerlijk koel.

In de namiddag hebben we nog een beetje rusttijd in het hotel. Internettijd voor iedereen. Ik probeer foto’s in mijn verslag te downloaden. Dat gaat helaas bijzonder traag. Geert volgt de koers en hoort dat Greg Van Avermaet Parijs-Roubaix wint. Dan is het tijd om ons klaar te maken voor de dromedaristrektocht in de woestijn.


We vormen een karavaan met een Zuid-Afrikaans moslimkoppel van Indische oorsprong.


De 7 dromedarissen hangen aan elkaar vast en schommelen langzaam achter elkaar heuvel op en heuvel af, in het kielzog van de Berberbegeleider.


Het is wat wennen aan hun schokkende bewegingen en als ze neerknielen moet je je wel stevig vasthouden om niet in hun nek te belanden, maar het is een fantastische ervaring.


Anderhalf uur later komen we aan bij een tentenkamp midden in de woestijn.


Hier zullen we overnachten. Er staan snowboards om de zandheuvels af te glijden.




Er is al een groep van 6 Chinezen aanwezig, die blijkbaar in Spanje studeren, en wat later arriveert er een Frans-Brits koppel met 3 kinderen. We zien een mooie zonsondergang, krijgen lekkere thee en een heerlijk avondmaal (appelsien met kaneel als dessert! Ik leer van onze Indische metgezellen dat komijn de aciditeit van appelsienen verzacht) en zitten nadien samen rond het kampvuur terwijl de Berbers zingen en muziek maken. We mogen ook zelf eens proberen om iets moois uit de djembes en trommels te laten klinken. En dan is het tijd om onze tent op te zoeken en onder de dikke dekens te kruipen. Het is intussen flink afgekoeld en er is wind opgestoken. Maar in de stevige tent die langs alle kanten met tapijten is bekleed, merken we daar weinig van.

Dag 6: Merzouga – Boumalne

Om 5 uur worden we wakker. De Chinezen vertrekken blijkbaar nu al. Het is nog donker en we draaien ons nog eens om. Tegen half 7 gaan we toch maar eens buiten kijken. Ook de Indische Zuid-Afrikanen en het Frans-Britse koppel komen hun tent uit. Het is al licht, maar de zon is nog niet opgekomen.


We dachten allemaal dat de Berbers ons wakker zouden maken voor de zonsopgang, maar we zien hen pas om 7.45 uur verschijnen, wanneer de zon al lang aan de hemel staat. We hebben intussen gezellig zitten babbelen met de Zuid-Afrikanen en de Britse vrouw. De Franse man was niet veel van zegs. Jammer dat onze wegen zich weer zullen scheiden na deze ochtend.


We klimmen weer op de dromedarissen, houden ons stevig vast als ze zich oprichten en daar gaan we weer, door de woestijn, op weg naar het hotel.


Daar krijgen we een ontbijt (het buffet is half leeg, maar er wordt speciaal voor ons een omelet gemaakt – de mensen zijn hier supervriendelijk) en kunnen we ons douchen. We zien dezelfde groep yogi van de vorige dag. Blijkbaar houden ze yogasessies op het dakterras en in de woestijn. Ze voelen zich duidelijk helemaal thuis in de kasbah. Bizar hoeveel ringen en piercings en andere stukken metaal de meeste van hen door hun neus, oren, lippen hebben zitten…

Rond 11 uur zijn we helemaal klaar voor de volgende rit: naar Boumalne. We stoppen onderweg bij een veld vol oude waterputten die, als ik het goed begrepen heb van de gids, ondergronds met elkaar in verbinding staan en zo waterkanalen vormen om de grond te irrigeren. Althans, vroeger, want nu worden ze niet meer gebruikt, denk ik.


We stoppen ook bij een ksar. (Nvdr: wat uitleg nu: Een ksar is een soort bolwerk dat vroeger bescherming bood tegen rovers en nomadische stammen die de oases aanvielen zodra de oogst was binnen gehaald. De ksour (meervoud van ksar) kijken meestal uit op de oase. Er zijn maar een paar ingangen en van daaruit vertrekt een netwerk van overdekte gangen. Zo’n ksar kon heel groot worden, een heel dorp als het ware, met moskee en een graanopslagplaats.) Er is blijkbaar iets aan de hand, want er is veel politie op de been, er staan veel auto’s en de zandweg ernaartoe is nat gespoten om niet te stoffig te zijn. Hoog bezoek daar. De gouverneur van de regio heeft er net iets geopend. We kruisen hem en zijn gevolg, met camera’s en al, als hij de ksar uit komt. Binnen wordt er muziek gemaakt en gedanst. We wandelen door de smalle, donkere gangen. Vreemd te bedenken dat hier een heel dorp leeft, in deze oude versterkte vesting. Het oogt heel primitief, somber en donker, maar het is best mogelijk dat de huizen achter de gesloten deuren in de gangen lichter en kleurrijker zijn. We krijgen ze niet te zien.



We rijden verder naar de Todravallei, een smalle kloof met veel groen en en riviertje tussen hoog oprijzende rode rotswanden. Indrukwekkend mooi. En toeristisch. Dat merken we meteen aan de prijs van onze lunch, al eten we hier nog altijd voor belachelijk weinig geld. Het is intussen al na 16 uur, tijd om het hotel op te zoeken. Dat is opnieuw een kasbah, maar een heel andere dan de vorige. Deze is veel groter en strekt zich uit tegen een rotswand. Sommige kamers bevinden zich zelfs in de rotswand. We hebben een prachtig uitzicht op de Dadèskloof.


Ik zet me aan een tafeltje naast onze kamer op het uitgestrekte terras om het reisverslag bij te werken, terwijl de zon langzaam zakt. Wat is dit toch een prachtig land!

Dag 7: Boumalne – Skoura

De kamer mag dan wat troosteloos zijn en lang niet zo mooi als de vorige overnachtingsplekken, maar het uitzicht als je de kamerdeur uitstapt, is ongelofelijk mooi: een groene vallei, de glooiende bergwand aan de overkant met de huizen ertegen geplakt.


De kleuren zijn hier zo mooi: zacht, harmonieus, afwisselend, soms fel, maar nooit overmatig of overdreven en hoeveel kleuren je soms ook op een vierkante meter ziet, het voelt nooit aan als een kakofonie. De hotels voelen ook altijd warm aan door de warme materialen: heel veel tapijten, deuren en ramen vaak in hout of in een warme kleur geschilderd. Koudere materialen worden minder koud door de fijne afwerking, zoals bij het kunstige smeedwerk van deuren en ramen, of door de warme tinten, zoals bij de terracottategels.

We ontbijten wat vroeger dan anders om op tijd te kunnen vertrekken. We hebben opnieuw de keuze uit een massa zoetigheden, maar er is ook yoghurt, muntthee, appelsiensap, brood,… Charcuterie of sneetjes kaas vinden we nooit bij het ontbijt, maar missen we helemaal niet.

De chauffeur rijdt met ons de Dadèskloof in, een prachtig groene vallei met een riviertje, omgeven door hoge rode rotsen, waar huizen en gebouwen in dezelfde tinten tegen geplakt zijn. We stoppen hier en daar voor foto’s.




Daarna rijden we de kloof weer uit, richting Skoura. We worden het eerlijk gezegd wat beu om altijd maar in de auto te zitten en van hier naar daar te rijden. We hebben behoefte aan wat beweging, maar de ezeltjestocht in de Dadèskloof die op het programma staat, lijkt niet door te gaan. De chauffeur weet immers van niks. Hij zegt dat we naar Skoura gaan en daar in de palmeraie gaan wandelen met ezels, maar dat staat op ons programma voor morgennamiddag. We geraken er niet aan uit, maar breken er ons hoofd niet langer over.

We rijden door El-Kelaa M’Gouna, bekend voor zijn rozenfeest in mei. Er worden in de streek veel rozen gekweekt en de rozenblaadjes worden hier gedistilleerd. We stoppen even voor een plaspauze voor de chauffeur en ik koop een paar producten op basis van rozen. Zoals elke keer als we hier iets kopen, word ik ongemakkelijk van het feit dat er geen prijzen geafficheerd staan. Rekenen ze je dan een correcte prijs aan of vragen ze veel te veel (wat dan nog weinig is naar Belgische normen) en word je verondersteld te onderhandelen? Ik vind dat lastig. Net zoals fooien geven? Hoeveel? Aan wie wel, aan wie niet? Soit, het gezichtsmasker en de voedende crème op basis van rozen kunnen maar deugd doen.

In Skoura pikken we de plaatselijke gids op en rijden we een zandweg op, weg van de stad. Blijkt dat we toch gaan wandelen met muilezels, door een andere kloof.


Zálig. En mooi. Ik geniet volop van de beweging. We steken een paar keer de rivier over en dat is een pijnlijke affaire. De stenen doen ongelofelijk pijn aan mijn voetzolen. De gids voelt er niets van; zijn voetzolen zijn gehard.



We maken een grote lus door de kloof en bereiken het geboortedorp van de gids.


Daar eten we bij zijn familie thuis. We krijgen een ongelofelijk lekkere tajine voorgeschoteld. We zitten in een kamer in kleermakerszit op kussens op de grond rond een lage ronde tafel en eten met onze handen: een stukje brood in de tajine duwen en groenten en kip op het brood klemmen.


Als dessert appelsienen met kaneel en kleine Marokkaanse banaantjes. Ik heb nog nooit zo lekker Marokkaans gegeten. De gids is fijn gezelschap. Hij vertelt van alles over zijn land, de cultuur, de gewoontes, de taal. Zo interessant. Dat vind ik o.a. zo fijn aan reizen: een land en zijn inwoners beter leren kennen. Je kan nog zoveel reisverslagen of reisgidsen lezen of documentaires op televisie of films over een land bekijken, niets kan tippen aan een land persoonlijk ervaren. Ik krijg weer een andere kijk op immigratie en emigratie. Reizen is weliswaar slecht voor het klimaat, maar ik denk dat het helpt om elkaar beter te leren kennen en te begrijpen, elkaar te appreciëren, om zo harmonieuzer te kunnen samenleven.



We verlaten het dorp en rijden naar de kasbah in Skoura waar we vannacht gaan overnachten. Deze kasbah ligt in de palmeraie. Het is warm en stoffig, maar de kasbah is een oase van rust, met een grote, mooie tuin binnen de muren van de oude vesting, en een zwembad.


Het water is vrij koud, maar het is te doen om er in te zwemmen. We zien het gezin dat we ook al in het huis van onze gids hadden gezien. Zij aten daar ook, in een andere ruimte. Een van hun kinderen vult eenzelfde boekje in als onze kinderen hebben gekregen van ‘De dansende kameel’. Het gezin zal ook een reis bij die organisatie geboekt hebben. Het meisje probeert de reis die ze tot nu toe gemaakt hebben te reconstrueren en zo horen we dat ze een heel andere route volgen. Het is even wennen, Nederlandstaligen in de buurt, want we zijn er intussen aan gewend dat niemand ons verstaat en we vinden dat wel leuk en gemakkelijk. Ik zet me in een alkoof bedekt met kussens en tapijten, om het reisverslag aan te vullen. Wat is het zalig hier.




Het avondeten bestaat uit exact hetzelfde menu als vanmiddag. En zo sluiten we de dag af.